‘Storming’ fase op de Veluwe

Het loslaten van gewoontes is lastig en ook niet onmogelijk!

Waarom doen we wat we doen?

Omdat het moet? In de attributietheorie noemen we dit de externe attributie, de invloed toeschrijven aan externe personen, externe situaties zij zijn de oorzaak van ons gedrag. ‘We moeten methodes gebruiken en jonge kinderen toetsen, we moeten meten met afvinklijstjes, dit moeten wij van de directie en zij moeten dit van de inspectie’…maar wat wil jij zelf??

Wat vind jijzelf? Wat is de interne attributie? Welke invloed heb jij op je gedrag als onderwijs professional? Kun jijzelf het verschil maken in het aanbod en de aanpak bij het onderwijs aan het jonge kind? Kun jij de onderbouwing van spelend ontdekkend leren verwoorden en kun jij hierin gaan staan omdat je weet dat het goed is voor het kind? Waarom? Omdat spelen, creëren de interne motivatie tot ontdekken is van elk kind, wat leidt tot lange termijn leren met opbrengsten die beklijven.

Vertrouw op je eigen zintuigen, wat zie je gebeuren in het spel, wat hoor je ze ze vertellen tegen elkaar in de huishoek, hoe bouwen ze in de bouwhoek of verfijnder met Kapla, welke emoties uiten ze in hun (samen)spel, hoe tekenen ze, is het mensfiguur al zichtbaar of nog niet en dat mag er allemaal zijn omdat ze uniek zijn!! Ik hoor je denken ,’dat doe ik ook’. Vraag jezelf dan af, wat zie ik, herken ik de fase waarin het kind zich ontwikkelt en wat is de zone van de naaste ontwikkeling, wat zou een volgende stap kunnen zijn vanuit het kind en wat heb ik in de omgeving in de hoeken, welk ontwikkelingsmateriaal is uitnodigend, om het kind de volgende stap te laten maken?

Methodisch systemisch werken gaat uit van de ontwikkeling van een gemiddeld kind, ken jij een gemiddeld kind??

Elk kind loopt zijn eigen ontwikkeling.

Je hebt ontdekt wat het kind kan en nog niet kan, (nog niet aan toe is in zijn ontwikkeling) dit merk je aan zijn betrokkenheid. Een kind dat betrokken bezig is omdat het plezier beleeft aan een activiteit, dit hoor je in zijn enthousiasme, ‘yes, yes’, of omdat het graag iets wil kunnen, je ziet het doorzettingsvermogen, hetzij met moeite, ‘pff’, om de legoblokjes op elkaar te bevestigen.

Wanneer je dit waarneemt zie je een kind dat op zijn ontwikkelingsniveau van dat moment zit. Een kind dat gemotiveerd mee doet met je aanbod in de groep is ontvankelijk voor wat jij op dat moment aanbiedt maar zie je ook dat kind dat stilletjes zit te kijken of dat kind dat zo lastig is en maar steeds de anderen afleidt of steeds naar de wc wil…dat kind reageert primair, en denkt misschien, ‘juf waar gaat dit over?’ of erger, het voelt zich onzeker, ‘dit kan ik niet, dit weet ik niet’. Gedrag is een vlag!  Jouw graadmeter is de motivatie van het kind, zit ik te hoog met mijn aanbod, zit ik te laag of zit ik op maat, kan ik afstemmen op de fase van ontwikkeling van deze kinderen op dit moment?        Je hoeft geen individueel onderwijs te geven als je de ontwikkelingsfase van een aantal gelijkgestemden maar kunt zien en je aanbod in een kleine groep voortzet zodat je op dat moment kunt aansluiten bij wat ze kunnen en nodig hebben om een stapje verder te komen. In een kleine groep heb je dan meer interactie en betrokkenheid, een kleine groep hoeft niet perse in een kleine kring, in een huishoek, bij de zandtafel, op het autokleed kun je ook afstemmen op hun rekenontwikkeling, hun sociaal- emotionele ontwikkeling, hun motorische ontwikkeling en hoor je hun kind23taalontwikkeling. In 10 minuten geef je hen aandacht, sta je in verbinding, in relatie tot hen, voelen zij zich competent, ‘ik kan dit’, en groeit hun autonomie, ‘ik kan dit zelf ook’, terwijl de andere kinderen vrij spelen. en natuurlijk mag je aandachtgroepje na 10 minuten ook nog zeker een half uur vrij spelen. Het moment van vrij spel, of de arbeid naar keuze activiteit, is voor jou het moment om te observeren en waar te nemen wat je echt ziet en hoort.

Ken de ontwikkelingslijnen van de kleuterontwikkeling, koppel deze los van de kalenderleeftijd en zie de ontwikkelingsleeftijd en geef je intuïtie, je creativiteit de ruimte om spelend leren toe te laten.

Open staan voor verrassingen, durven loslaten, ontdekken en merken dat je de kaders kwijt bent maar niet jezelf.

Vertrouw op jezelf, je professionaliteit als leerkracht, intern begeleider jonge kind. Neem het kind serieus doordat het zichzelf mag zijn, neem jezelf serieus om het spel met de ontwikkelingsleerlijnen aan te gaan.

Waarom dan de titel, ‘Storming’ op de Veluwe?’ Dit is een onderdeel van het veranderingsproces naar de 5 fasen van Bruce W. Tuckman (1977), Forming, Storming, Norming, Performing, Adjourning waarin ik je Stapsgewijs meeneem in het proces van methodisch- systematisch leren naar Spelend ontdekkend leren. Op een mooie, Covid-19 veilige, locatie op de Veluwe bied ik je meerdere bijeenkomsten met intern begeleiders of leerkrachten jonge kind.

Kijk jij hier al verlangend naar uit?