‘Homo Ludens’ De spelende mens

Het belang van kunst en creatief denken in de 21e eeuw. ( Lutters, J., 2013).

Naast ruimte voor creativiteit in spel ook aandacht voor het creatieve denken.

Jonge kinderen ontdekken de wereld spelenderwijs wanneer zij uitgedaagd worden om dat wat er te ontdekken valt met hun zintuigen te beleven, te ervaren en waarin zij de ruimte krijgen om te creëren. Bieden wij aan het spelende kind nog voldoende ruimte om te creëren? 

In de baby, peuter, kleuter fase staat de ontwikkeling van het informele leren centraal, het leren door ervaring, het ontdekken en onderzoeken, het beleven met de zintuigen, het nadoen en zelf doen. Dit is een proces van steeds opnieuw ervaren en deze bevindingen opslaan. Het jonge kind is in de fase van 0 -7 jaar in de gevoelige periode voor het omzetten van ervaringen in vaardigheden en uiteindelijk in gewoontes. Een baby is afhankelijk van de ouder, de verzorgende, het kind heeft behoefte aan voeding en aandacht, dit is de fase voor hechting en is de basis voor de sociaal- emotionele ontwikkeling van een kind. In de peuter- kleuterfase ontwikkelt de sociale emotionele ontwikkeling zich verder en breidt de nieuwsgierigheid, de motivatie tot ontdekking zich uit.

Ontdekking, ervaringen opdoen gebeurt door het inzetten van al je zintuigen, het willen zien, voelen ruiken, horen kan in een omgeving die hiertoe uitnodigt en veiligheid biedt. Als begeleider of leerkracht jonge kind ga je nadenken hoe je de omgeving inricht tot een speelleer omgeving. Welke materialen geschikt zijn voor de fase van ontdekking en beleving en hoe je een veilige omgeving organiseert? Binnen een veilige omgeving gelden regels, afspraken en structuur, dit worden gewoontes en bieden duidelijkheid aan het kind. je denkt na over de begeleiding; over je manier van complimenteren en corrigeren.

Teveel begeleiden maakt dat je ‘bovenop de ontwikkeling van het kind gaat zitten’.

Het kind heeft ruimte nodig, zowel voor de fysieke ontwikkeling als de mentale ontwikkeling. Ruimte geven is in relatie staan met het kind en zien wat het kind al zelf kan en nog niet kan in samenwerking met andere kinderen. In deze periode ontwikkelen zich de executieve functies doordat het kind meer en meer in beweging komt en zelf iets in beweging wil zetten. Deze functies ontwikkelen zich al spelend tot vaardigheden. Voor het begeleiden in de ontwikkeling van de vaardigheden stem je met je aanbod af op de zone van de naaste ontwikkeling, het moment dat het kind laat zien dat het iets nieuws uitprobeert. De motivatie bij het kind om te ontwikkelen komt op gang wanneer het zijn interesse heeft en het de uitdaging aangaat, het kind is toe aan een volgende stap in zijn ontwikkeling. HET moment om als begeleider naast het kind te staan, te observeren of het je hulp nodig heeft en dat is wanneer het kind dit zelf aangeeft of in een situatie komt wanneer het onveilig is.  Belangrijk hierbij is dat het kind de motivatie niet verliest maar op jouw kan vertrouwen ( uitbreiding van hechting).

Volgens Mönks ( 1985) zijn dit DE factoren voor het tot uiting komen van (hoge)intelligentie: de motivatie – de aanleg in (hersen)capaciteit en het creërend denkvermogen 

 

.Model Mönks

Binnen het meerfactorenmodel is het belang van een goede interactie met de sociale omgeving voor een gezonde ontwikkeling. Hierbij gaat het met name om de wisselwerking met gezin, school en vrienden (peers/ontwikkelingsgelijken). Pas bij een goed samenspel van de persoonskenmerken en sociale omgevingen kan (hoog)begaafdheid zich ontwikkelen. Dit kan alleen tot stand komen als ook de sociale competentie voldoende eigen gemaakt kan worden (Mönks, 1995). 

WAT ALS…we, na dit alles te hebben gelezen, herkennen en toepassen NU eens de nadruk leggen op het creërend denkvermogen?

Binnen het creërend denkvermogen staat het informele creatieve denken centraal. Het proces van oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, deze processen lopen door elkaar heen waarbij je op elk onderdeel apart kunt evalueren. Het creatieve denken ontwikkelt zich door het ervaren met alle zintuigen en vindt zijn ontwikkeling en uitvoering in het creëren. Creëren met klei, verf, papier, materiaal, instrumenten ect.

Kunst, drama, toneel, muziek zijn uitvoeringen waarin motorische handelingen gepaard gaan met emotie, gevoel, beleving.  Vrije expressieve uitingen ontstaan door ruimte in het opdoen van ervaring, herhaling, ontwikkeling van vaardigheden. Vaardigheden zoals o.a. plannen, organiseren, vragen stellen, doorzetten, emotie regulatie/ uiting, inleven in anderen, schakelen, allemaal executieve functies of vaardigheden in de 21e eeuw. vaardigheden die het brein, de hersenwerking aanzetten en ontwikkelen.

Dit geldt niet alleen voor hoogbegaafden, alle kinderen zijn in staat om zich tot hogere orde te ontwikkelen na aanleg en capaciteit met de nodige inzet, begeleiding wanneer zij ruimte krijgen om vanuit het creatieve denken te acteren. Het creatieve denken komt vrij in en door spel, het zet de sociaal- emotionele ontwikkeling, de taalontwikkeling,  de rekenkundige- inzichtelijke ontwikkeling, de motorische -zintuigelijke ontwikkeling in het kind aan in contact met vrienden, mede groepsgenootjes in een uitdagende omgeving.

Meer aandacht voor de ‘Homo Ludens’ – de spelende mens.

Het informele creatieve denken wint aan terrein boven het formele rationele denken volgens, mij.

En volgens Jeroen Lutters, 2013 (www.lkco.nl ) Ik citeer; Waar is behoefte aan in de toekomst? Mensen die creatief kunnen denken, die oplossingen kunnen bedenken voor problemen in de wereld die elke dag verandert. Creatief denken in de 21e eeuw!

Reageren kan via; contact; petra@onderwijspraktijksmart.nl

2e4143fb-bdcf-4c72-b139-c764071168e4

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code